Build, buy of partner: wat past bij jouw situatie?
De vraag is zelden "kunnen we dit zelf bouwen?" maar "willen we dit over drie jaar nog steeds onderhouden?". Een beslisraamwerk in vier vragen.
Tools & data
Het meest gegeven advies in AI-land is ook het gevaarlijkste: eerst je data op orde brengen. Soms klopt dat. Vaak is het een manier om nog twee jaar niets te doen.
IN HET KORT
AI in Europa
Europese merken die AI al in productie hebben.
Geen klanten van mij. Wel voorbeelden van wat er gebeurt als AI voorbij de pilot komt.
Zweden
AI-assistent in de klantenservice
Duitsland
Mode-assistent voor productadvies
Investeringsmaatschappij
AI-strategie en use-case portfolio
Nederland
AI Trip Planner voor reisplanning
Duitsland
Industrial Copilot voor engineering
Enterprise retailer
AI-gedreven vendorselectie
Zweden
AI DJ en gepersonaliseerde playlists
Duitsland
Generatieve spraakassistent in de auto
Internationale maakorganisatie
AI-roadmap en leadership
Nederland
Generatieve chatbot voor klantvragen
Frankrijk
Beauty Genius: persoonlijk advies
Financiële dienstverlener
KYC versneld met AI-documentanalyse
Duitsland
Joule: copilot in bedrijfssoftware
Frankrijk
Hopla: boodschappenassistent
SaaS scale-up
AI-readiness assessment
Nederland
AI-optimalisatie van betalingen
Nederland
AI in medische beeldvorming
Zakelijke dienstverlener
Interne AI-assistent voor kenniswerkers
Een perfect datafundament is niet nodig om met AI te beginnen: genoeg fundament voor één use case volstaat. De aanpak die in de praktijk werkt, kiest eerst één use case met duidelijke waarde en een eigenaar in de lijn, en lost alleen voor de bronnen van die use case de definities, de herkomst en de kwaliteit op. Na drie of vier use cases is er zo een fundament ontstaan uit gebruik, kleiner dan het ideaalplaatje en aanzienlijk betrouwbaarder.
Vaak niet: voor het datafundament onder een eerste use case is een dagelijkse export vaak genoeg. Toegankelijkheid en infrastructuur zijn meestal het minst urgente dataprobleem en in de praktijk vaak het makkelijkst op te lossen, zeker voor één use case.
Ja. Uitstellen is verstandig bij drie signalen rond het datafundament: de kernentiteit is niet eenduidig, de benodigde data wordt niet vastgelegd of de bron heeft geen eigenaar. Die signalen gaan over betekenis en eigenaarschap, niet over technologie.
Vijf tot tien: de aanpak voor het definitieprobleem in het datafundament is alleen de begrippen te definiëren die de use case raakt, niet het hele bedrijfsdatamodel. Volgens het artikel is dat twee weken werk in plaats van twee jaar.
Bron: artikel van Dave Willemstein. Bijgewerkt: .
De eerste: zonder betrouwbare data levert AI onbetrouwbare uitkomsten. Dat is onomstreden.
De tweede: organisaties die eerst hun volledige datalandschap op orde willen brengen voordat ze aan AI beginnen, komen zelden aan AI toe. Het datafundament is namelijk nooit af, en er is altijd een volgende laag die eerst zou moeten.
Beide zijn waar. De uitweg zit in de vraagstelling. "Is onze data op orde?" is een onbeantwoordbare vraag. "Is deze data goed genoeg om dit specifieke besluit op te baseren?" is wél te beantwoorden, in een week.
Bij datascans in aanloop naar AI-trajecten kom ik vier problemen tegen. Ze zijn niet even erg en ze vragen niet dezelfde oplossing.
Vier systemen, drie definities van "klant". Twee afdelingen die "omzet" verschillend berekenen. Een productcode die in het ene systeem een variant is en in het andere een apart product. Dit is verreweg het meest voorkomende en het meest onderschatte probleem.
Het is ernstig omdat geen enkele hoeveelheid technologie het oplost. Een model dat traint op tegenstrijdig gedefinieerde data leert die tegenstrijdigheid mee. En het wordt onderschat omdat iedereen binnen zijn eigen afdeling consistent werkt. Het probleem is alleen zichtbaar als je erdoorheen kijkt.
Aanpak: definieer alleen de vijf tot tien begrippen die je use case raakt. Niet het hele bedrijfsdatamodel. Dat is twee weken werk in plaats van twee jaar.
Kun je van een getal in een rapportage terugvinden waar het vandaan komt en welke bewerkingen het heeft ondergaan? Bij AI-toepassingen die beslissingen beïnvloeden, is dit geen luxe. Toezichthouders, accountants en uiteindelijk ook je eigen bestuurders gaan die vraag stellen.
Aanpak: breng de herkomst in kaart voor de datastromen die je use case gebruikt. Documenteer de transformaties. Dat hoeft niet in een dure tool: een leesbaar document dat klopt, is meer waard dan een lineage-tool die niemand onderhoudt.
Missende velden, inconsistente invoer, historische data die halverwege van formaat veranderde. Vervelend, maar dit is het type probleem waar technologie wél mee helpt en dat je kunt kwantificeren.
Aanpak: meet het. Hoeveel procent van de records heeft het veld dat je nodig hebt? Als dat 94% is, kun je aan de slag en is de vraag wat je met de overige 6% doet. Als het 40% is, heb je een ander gesprek.
Geen centraal datawarehouse, data verspreid over systemen, geen API’s. Dit voelt als het grootste probleem omdat het het zichtbaarst is en omdat leveranciers er graag een platform voor verkopen. In de praktijk is het vaak het makkelijkst op te lossen, zeker voor één use case.
Aanpak: voor een eerste use case is een dagelijkse export vaak genoeg. Bouw geen platform om een hypothese te testen.
De aanpak die in de praktijk werkt, draait de volgorde om. Je bouwt het fundament niet vooraf, je trekt het mee met de eerste toepassingen.
Na drie of vier use cases heb je een fundament dat is ontstaan uit gebruik. Dat fundament is kleiner dan het ideaalplaatje en aanzienlijk betrouwbaarder, omdat elke component in productie wordt getoetst.
Er zijn situaties waarin uitstellen echt verstandig is. Drie signalen:
Merk op dat geen van deze drie gaat over technologie of over het ontbreken van een platform. Ze gaan alle drie over betekenis en eigenaarschap. Dat is waar het datafundament werkelijk over gaat. De rest is infrastructuur, en infrastructuur koop je.
Wil je weten waar je staat? Neem één concreet besluit dat je met AI wilt ondersteunen en probeer het handmatig te reconstrueren voor tien gevallen uit het verleden. Kost dat een middag, dan is je fundament in orde genoeg. Kost dat twee weken en moet je drie afdelingen bellen, dan weet je precies welk deel je eerst moet aanpakken. En het is bijna nooit het deel waar het platformvoorstel over ging.
Klaar voor impact?
Plan een vrijblijvend gesprek. Geen pitch. Wel scherpe vragen.