AI-vendorselectie in acht stappen
Criteria eerst, leveranciers daarna. Een selectieproces dat bestand is tegen goede demo’s en interne voorkeuren.
Organisatie
Zelf bouwen, kopen of samen met een partner? De keuze bepaalt je kostenstructuur, je wendbaarheid en je afhankelijkheid voor jaren. Zo maak je hem onderbouwd.
IN HET KORT
AI in Europa
Europese merken die AI al in productie hebben.
Geen klanten van mij. Wel voorbeelden van wat er gebeurt als AI voorbij de pilot komt.
Zweden
AI-assistent in de klantenservice
Duitsland
Mode-assistent voor productadvies
Investeringsmaatschappij
AI-strategie en use-case portfolio
Nederland
AI Trip Planner voor reisplanning
Duitsland
Industrial Copilot voor engineering
Enterprise retailer
AI-gedreven vendorselectie
Zweden
AI DJ en gepersonaliseerde playlists
Duitsland
Generatieve spraakassistent in de auto
Internationale maakorganisatie
AI-roadmap en leadership
Nederland
Generatieve chatbot voor klantvragen
Frankrijk
Beauty Genius: persoonlijk advies
Financiële dienstverlener
KYC versneld met AI-documentanalyse
Duitsland
Joule: copilot in bedrijfssoftware
Frankrijk
Hopla: boodschappenassistent
SaaS scale-up
AI-readiness assessment
Nederland
AI-optimalisatie van betalingen
Nederland
AI in medische beeldvorming
Zakelijke dienstverlener
Interne AI-assistent voor kenniswerkers
De keuze tussen build, buy of partner bij AI hangt af van vier vragen: is de toepassing onderscheidend, wat kost ze in jaar vijf, wie moet de uitkomst kunnen sturen en hoe verloopt de exit. Zelf bouwen past alleen bij wat een organisatie in de markt onderscheidt, kopen bij alles wat een commodity is, en een partner bij toepassingen waar sturing op de uitkomst nodig is zonder de techniek te bezitten. De opzet die het vaakst standhoudt is een mengvorm: de bouwstenen kopen, de laag met eigen kennis zelf bouwen en voor de implementatie een partner inschakelen.
Vaak keert de conclusie om wanneer het onderhoud vijf jaar wordt doorgerekend en met een licentie vergeleken: bij build, buy of partner is bouwen goedkoop in jaar één.
Bijna altijd: bij twijfel tussen build, buy of partner is kopen bijna altijd de goedkoopste manier om te leren wat werkelijk nodig is. Later bouwen kan alsnog, met een scherpere specificatie.
Bron: artikel van Dave Willemstein. Bijgewerkt: .
Bij klassieke software was build-or-buy vooral een kostenvraag. Bij AI komen er drie factoren bij die de afweging structureel anders maken.
Ten eerste verandert de onderliggende technologie sneller dan je afschrijvingstermijn. Een model dat je vandaag zelf fijnafstemt, kan over achttien maanden worden ingehaald door een generiek model dat het out-of-the-box beter doet en goedkoper is. Ten tweede is het onderhoud fundamenteel anders: modellen verslechteren stilletjes als de werkelijkheid verschuift, en dat vraagt permanente monitoring in plaats van incidenteel patchen. Ten derde zit de waarde vaak niet in het model maar in je data en je werkproces, en die twee koop je sowieso niet.
De enige goede reden om zelf te bouwen is dat het je onderscheidt in de markt. Niet dat het leuk is, niet dat je team het kan, en niet dat het goedkoper lijkt.
Een harde toets: kan je belangrijkste concurrent hetzelfde resultaat morgen kopen bij een leverancier? Als het antwoord ja is, is het een commodity, hoe technisch interessant het ook is. Documentextractie, spraakherkenning, samenvatten, standaard classificatie: allemaal commodity. De manier waarop jij die bouwstenen combineert met je eigen data en processen: daar kan wél onderscheid zitten.
In de praktijk is hooguit tien tot twintig procent van wat organisaties willen bouwen werkelijk onderscheidend. De rest wordt gebouwd omdat het kan.
Bouwen is goedkoop in jaar één. Je hebt een team, het bouwt iets, het werkt. De kosten die daarna komen worden zelden meegerekend:
Een vuistregel uit de praktijk: het jaarlijkse onderhoud van een zelfgebouwde AI-toepassing ligt tussen de 20% en 40% van de oorspronkelijke bouwkosten. Reken dat vijf jaar door en vergelijk dat met een licentie. Vaak keert de conclusie om.
Dit is de vraag die partneren rechtvaardigt. Er zijn toepassingen waarbij je geen behoefte hebt aan het bezitten van de techniek, maar wél aan invloed op hoe de uitkomst tot stand komt. Denk aan risicomodellen, prijsstelling, of iets wat richting klanten communiceert namens jouw merk.
Een standaardproduct geeft je die invloed zelden. Zelf bouwen geeft je volledige invloed maar ook de volledige last. Een partnerconstructie (waarbij een leverancier bouwt en beheert, maar jij de regels, drempels en evaluatiecriteria bepaalt) zit daar tussenin. Het werkt als je het contractueel goed regelt en het gaat mis als je het op vertrouwen doet.
De exitvraag hoort in het ontwerp, niet in de verlengingsdiscussie over drie jaar. Bij elk van de drie opties ziet exit er anders uit:
In de meeste trajecten die ik begeleid, is het antwoord geen van de drie in zuivere vorm. De opzet die het vaakst standhoudt:
Concreet: een organisatie die documentverwerking automatiseert, koopt het taalmodel en het platform, bouwt zelf de veldextractieregels en de testset met tweehonderd beoordeelde dossiers, en laat de integratie doen door een partner. De testset is het waardevolste onderdeel en kost het minste geld.
Bouw als het direct raakt aan waarom klanten voor jou kiezen, je de data exclusief hebt, en je een team hebt dat dit over vijf jaar nog steeds kan onderhouden.
Koop als er drie of meer serieuze leveranciers zijn, de functionaliteit stabiel is, en je voornaamste zorg time-to-value is.
Partner als de techniek volwassen is maar de toepassing gevoelig, en je wel wilt sturen op de uitkomst maar niet op de codebase.
Twijfel je nog? Dan is kopen bijna altijd de goedkoopste manier om te leren wat je werkelijk nodig hebt. Je kunt later alsnog bouwen, met een scherpere specificatie en zonder dat je een jaar hebt verloren.
Klaar voor impact?
Plan een vrijblijvend gesprek. Geen pitch. Wel scherpe vragen.